De Turfroute is een van de bijzonderste vaarroutes van Nederland. Geen brede meren en drukke vaargeulen, maar smalle kanalen door bossen, heidevelden en oude veenkoloniale dorpjes in Zuidoost-Friesland. De route volgt de vaarwegen die turfschippers eeuwen geleden groeven om hun vracht naar het westen te brengen. Vandaag de dag is het een rustige, groene route die je door een heel ander Friesland voert dan de meeste vaarders kennen.

In dit artikel vind je alles wat je moet weten om de Turfroute te varen. Welke varianten zijn er, wat zijn de technische vereisten, wanneer is de route open en wat kom je onderweg tegen?

De geschiedenis van de Turfroute

Tussen 1630 en 1830 werden in Zuidoost-Friesland met de hand kanalen gegraven voor het vervoer van turf. Gedroogd veen was de belangrijkste brandstof van Nederland en de turfhandel maakte enkele voorname Friese families steenrijk. Hun erfenis is nog steeds zichtbaar in de landgoederen en parken rond Beetsterzwaag, Bakkeveen, Oldeberkoop en Oranjewoud.

In 1876 werden op deze wateren 15.527 boten geteld. Het was een drukte van belang. Maar toen steenkool rond 1900 de turf verdrong, raakten de kanalen in onbruik. Sommige slibden dicht, andere dreigden gedempt te worden voor wegaanleg.

In de jaren zeventig van de vorige eeuw ontdekten recreatievaarders de schoonheid van deze vergeten vaarwegen. Pater van Ulden uit Gorredijk richtte de Stichting De Nije Kompanjons op, die sindsdien met vrijwilligers de route open en bevaarbaar houdt. In 2024 vierde de Turfroute haar vijftigjarig bestaan als recreatieve vaarroute.

Kleine of grote Turfroute?

Er zijn drie varianten: een mini-rondje voor een dagje, de kleine Turfroute voor een week en de grote Turfroute voor wie meer tijd heeft.

Het mini-rondje (25 km)

Niet genoeg tijd voor de volledige route, maar wel nieuwsgierig? Het mini-rondje van 25 kilometer is in ongeveer vier uur te varen. Je vaart via Akkrum over het riviertje de Boarn naar Aldeboarn, verder over het Nij Djip naar de Heafeart. Door natuurgebied De Deelen vaar je onder de A32 door en via de kanalen het Deel en de Meinesloot terug naar Akkrum.

De kleine Turfroute (105 km)

De kleine Turfroute is het rondje door Zuidoost-Friesland. In totaal 105 kilometer en ongeveer 17 uur varen. De meeste vaarders nemen hier een week voor, wat voldoende ruimte geeft om onderweg dorpen te bezoeken en van het landschap te genieten.

De route bestaat uit drie trajecten:

De Opsterlandse Compagnonsvaart loopt van Gorredijk via Donkerbroek naar Sluis III bij Oosterwolde. Een traject van 20 kilometer met 4 sluizen en 22 beweegbare bruggen.

Het Tjongerkanaal verbindt Oosterwolde via Sluis II en Sluis I met Heerenveen.
Een traject van 20 kilometer met 3 sluizen, 3 beweegbare en 4 vaste bruggen.

De Appelschastervaart gaat van Sluis III via Appelscha naar de Drentse Hoofdvaart bij Smilde. Dit traject is 14 kilometer lang met 5 sluizen en 12 beweegbare bruggen.
Van hier uit kun je verder varen via de grote turfroute.

Je kunt op de heenweg via het Tjongerkanaal gaan en via de Opsterlandse Compagnonsvaart terugkeren, of andersom.

De grote Turfroute (190 km)

De grote Turfroute voegt een retourtocht door Drenthe en de Kop van Overijssel toe aan de kleine route. In totaal 190 kilometer en zo’n 30 uur varen. Reken op anderhalve tot twee weken. Je komt langs plaatsen als Meppel, Zwartsluis, Giethoorn, Blokzijl en Steenwijk. De route voert door de Weerribben, een van de mooiste waterrijke natuurgebieden van Nederland.

Technische specificaties

Op de Turfroute varen alleen recreatievaartuigen. Er is geen beroepsvaart, wat het varen rustiger en overzichtelijker maakt. Wel moet je motorboot aan specifieke eisen voldoen.

Maximale lengte: 28 meter

Maximale breedte: 5 meter

Maximale diepgang: 1,30 meter

Maximale doorvaarthoogte: 3,25 meter (spoorbrug bij Heerenveen, de laagste brug)

Maximale snelheid: 6 km/u

Let op het Polderhoofdkanaal. Als je via De Veenhoop naar de Turfroute vaart, geldt daar een maximale diepgang van 1,10 meter en een doorvaarthoogte van slechts 2,70 meter. Check vooraf of jouw boot hiervoor geschikt is. Op veel oudere vaarkaarten staat nog een diepgang van 1,10 meter voor de hele Turfroute. Dat klopt niet meer. Alleen het Polderhoofdkanaal heeft die beperking.

Seizoen en bedieningstijden

De Turfroute is niet het hele vaarseizoen open. De bruggen en sluizen worden bediend van 15 mei tot en met 15 september.

Bedieningstijden

De bruggen en sluizen worden bediend van 09:30 tot 16:30 uur, zonder middagpauze. Dat is een ander ritme dan op de meeste Friese vaarwegen, waar de bediening vaak tot 19:00 uur doorloopt. Plan je dagritme hierop. Na 16:30 uur kom je er niet meer doorheen.

Zondagen en feestdagen

In mei, juni en september worden de bruggen en sluizen op zondagen en feestdagen niet bediend. In juli en augustus wel. Houd hier rekening mee bij het plannen van je route. Een zondag in juni op de Turfroute betekent dus een rustdag.

Kosten

De toegang tot de Turfroute is gratis. Er is geen vignet of entreebewijs meer nodig, maar een vrijwillige bijdrage van ca. €15,- wordt aangeraden en is te betalen bij de sluizen in Gorredijk, Appelscha en Oudehorne. De bruggen en sluizen worden gratis bediend. Alleen bij de passantenhavens langs de route betaal je havengeld.

Bruggen en sluizen op de Turfroute

De Turfroute staat bekend om haar vele bruggen en sluizen. Op het Friese deel passeer je 12 sluizen. Dat klinkt veel, en dat is het ook. Maar juist die sluizen maken de route bijzonder.

Het hoogteverschil

Appelscha ligt ongeveer 12 meter hoger dan Gorredijk. Dat hoogteverschil overbruggen die 12 sluizen stap voor stap. Je stijgt of daalt telkens een stukje. Het is een proces dat je dwingt om te vertragen en de omgeving in je op te nemen.

Zelf bedienbare bruggen

Tussen Gorredijk en de Damsluis bevinden zich tien bruggetjes die je zelf moet draaien. Omdat de Turfroute een rustige vaarroute is, kun je dit op je gemak doen. In het zomerseizoen zijn er op verschillende plekken scholieren die tegen een kleine vergoeding willen helpen.

Informatiepakket bij de entreesluizen

Er zijn drie entreesluizen waar je op de officiële Turfroute komt: Sluis II in de Tjonger, de Damsluis in de Appelschastervaart en de sluis in Gorredijk. Bij deze sluizen worden gratis tasjes met informatie over de Turfroute en Zuidoost-Friesland uitgedeeld door vrijwilligers en hier kun je een vrijwillige bijdrage van ca. €15,- betalen om de turfroute in stand te houden.

Praktische tips voor de sluizen

Hang fenders ruim van tevoren aan beide kanten op. Houd de lijnen in de hand, knoop ze niet vast aan de bolders. De sluiswachters zijn vriendelijk en nemen de tijd. Er is geen haast. Dat past bij de hele sfeer van de route.

Wat zie je onderweg

Plaatsen en bezienswaardigheden

Akkrum is voor veel vaarders het startpunt vanuit het Friese merengebied. Een gezellig dorp aan de Boarn met het bekende reuzenmonument langs de waterkant.

Aldeboarn herken je aan de markante Boarnster Toer. Je kunt gratis aanleggen in het centrum, met voorzieningen als sanitair en walstroom.

Gorredijk is een typisch veenkoloniaal dorp met de grootste sluis van de Turfroute. Hier kun je een stop maken voor het Streekmuseum Opsterlân.

Oosterwolde ligt aan de grens met Drenthe, nabij de voormalige “Kolonie van Weldadigheid” Veenhuizen.

Appelscha is een recreatiedorp met attractiepark Duinen Zathe en het Aekingerzand, een stuifzandgebied met woestijnachtige eigenschappen. In de directe omgeving ligt het Drents-Friese Wold, in omvang het tweede natuurgebied van Nederland.

Oldeberkoop is een statig dorp met fraaie villa’s en park Het Molenbosch. Passantenhaven De Uutwiek biedt hier goede voorzieningen.

Op de grote Turfroute komen daar Giethoorn, Blokzijl, Steenwijk en Meppel bij. Elk met hun eigen karakter.

Natuur en landschap

De Turfroute voert door een heel ander landschap dan de rest van Friesland. Geen weidse meren, maar bossen, heidevelden en veengebieden.

Het Fochteloërveen wordt ook wel de Friese savanne genoemd. Dit ongerepte veengebied is een thuis voor kraanvogels, futen en adders.

Bij Bakkeveen bieden de Bakkeveenster duinen en een moderne uitkijktoren schitterende vergezichten over het omliggende landschap.

Het Aekingerzand bij Appelscha is een bijzonder stuifzandgebied. Op zonnige zomerdagen kan de temperatuur boven het zand oplopen tot meer dan 50 graden.

Wie de grote route vaart, komt ook door de Weerribben in Overijssel. Een waterrijk natuurgebied waar met geluk otters te spotten zijn.

Aanlegplaatsen en overnachten

Vrij aanleggen is op de Turfroute bijna overal mogelijk. Daarnaast zijn er in de meeste dorpen aanlegplaatsen met voorzieningen.

Dorpen met douche en toilet: Akkrum, Gorredijk, Donkerbroek, Oosterwolde, Appelscha, Oldeberkoop en Heerenveen. Daarnaast zijn er verspreid over de route Marrekrite aanlegplaatsen in de natuur, waar je maximaal 72 uur gratis mag liggen.

Is de Turfroute geschikt voor beginners?

Dit is een vraag die vaak terugkomt. Het eerlijke antwoord: het hangt ervan af.

De Turfroute is rustiger dan de meeste andere vaarroutes in Friesland. Er vaart geen beroepsvaart, het tempo ligt laag (maximaal 6 km/u) en de sluiswachters nemen de tijd. In die zin is het een ontspannen route.

Maar de smalle kanalen vragen wel basisvaardigheid. Manoeuvreren in krappe bochten, aanleggen bij sluizen en zelf bruggen bedienen is makkelijker als je al een paar keer op een motorboot hebt gevaren. Wie echt voor het eerst vaart, doet er goed aan om eerst een paar dagen op de bredere Friese meren te oefenen. Begin de vaarvakantie bijvoorbeeld met de Friese Merenroute en vaar daarna de Turfroute op.

Een vaartraining op de eerste dag helpt ook. Na een paar uur oefenen met sturen, aanleggen en achteruitvaren voelt de boot een stuk vertrouwder. Dat maakt het verschil op de smalle vaarten van de Turfroute.

Nog een aandachtspunt: waterplanten. In de smallere delen van de route kunnen waterplanten de koeling van de motor beïnvloeden. Houd de temperatuurmeter in de gaten en controleer regelmatig of de waterinlaat vrij is.

Praktische tips

Plan je route rond de bedieningstijden. De bruggen en sluizen sluiten om 16:30 uur. Vertrek ’s ochtends op tijd zodat je voldoende vaaruren hebt. Reken op langzaam varen: met een maximale snelheid van 6 km/u en wachttijden bij sluizen leg je per dag minder kilometers af dan op de open meren.

Neem genoeg eten en drinken mee. De dorpen langs de route zijn klein en niet allemaal hebben ze een supermarkt. Gorredijk en Heerenveen zijn de beste plekken om boodschappen te doen.

Bereid je voor op stilte. De Turfroute is rustig, ook in het hoogseizoen. Dat is het mooie ervan, maar het betekent ook dat je soms uren vaart zonder andere boten tegen te komen. Geniet van die rust.

Neem een fiets mee. Veel bezienswaardigheden langs de route liggen op loop- of fietsafstand van de aanlegplaatsen. Het Drents-Friese Wold, de Bakkeveenster duinen en het Aekingerzand zijn prachtig per fiets te verkennen.

Klaar voor de Turfroute?

De Turfroute laat een kant van Friesland zien die de meeste vaarders niet kennen. Geen weidse meren en bruisende watersportdorpen, maar smalle kanalen door bossen, veengebieden en stille dorpjes met een rijke geschiedenis. Het is een route die je dwingt om te vertragen en dat is precies wat hem zo bijzonder maakt.

Wil je weten of jouw motorboot geschikt is voor de Turfroute, of hulp bij het plannen van je route? Neem contact op voor persoonlijk advies. De Turfroute is een ervaring die je niet snel vergeet.